Initiatiefnemer
Dirk Lievens

Zondag 10 april 2011

LEGERDIENST en LOTING


Maandag 14 december 2009 was het  exact honderd jaar geleden dat de verplichte legerdienst werd ingevoerd in België via een wet die koning Leopold II ondertekende op 14 december 1909, drie dagen voor zijn dood. Tot aan de afschaffing ervan in maart 1995, kwamen miljoenen burgers verplicht onder de wapens.

Dankzij de wet telde het Belgische leger zowat 255.000 manschappen op 4 augustus 1914, bij de start van de Eerste Wereldoorlog. Op dat moment varieerde de duur van de legerdienst van 15 tot 24 maanden. Hij gold voor een zoon per gezin.

Tot 1909 was de legerdienst gebaseerd op lottrekking, een systeem dat bij de onafhankelijkheid in 1830 overgenomen was van de Franse en Nederlandse bezettingen.
 
Defraeye ging binnen in november 1908. Men kon toen ook zijn lotje verkopen voor de prijs van 2.500 frank, ongeveer drie jaarlonen. In 1910 hij  is nog in den troep en hij wint als koureur milicien het Kampioenschap van Vlaanderen. Hij ontsnapt met Leon Buysse en Ritten Vanlerberghe van Lichtervelde. In 1909 was hij tweede, nu eerste ! Hij glundert ! Van een Ronde van Vlaanderen is nog geen sprake. Pas in 1913  wordt deze koers geboren. In 1910 loopt zijn legerdienst af.


Zondag 10 april 2011

NAAR DEN TROEP : LOTELING


Indertijd bestond nog de loting in het Belgisch leger. Wie het laagste nummer had dat uit de trommel rolde moest legerdienst doen. De hoge nummers waren vrij. Odiel moest naar het leger en thuis was er een groot gezin dat het inkomen dat hij verdiende goed kon gebruiken. Vandaar ook later de wetten die ervoor zorgden dat er vrijstelligen kwamen.  De kinderen moesten al vroeg mee werken, vanaf hun veertien jaar en de kost verdienen. Was vader ziek  - zoals in het gezin van Camil Defraeye die geteisterd was door reuma- dan viel met de jonge soldaat die werd opgeroepen ook de kostwinner weg. Moeder Defraeye gaf haar jongen bij zijn vertrek gans haar fortuin : negen frank. Je ging naar het leger voor 2 jaar, nadien werd dit verminderd.

 

November 1908, Fraeye wordt opgeroepen voor zijn dienstplicht. Hij kon gelukkig rekenen op sportieve oversten, en in het voorjaar van 1909 zette hij de stap naar de beroepsrenners. In zijn eerste deelname aan Parijs-Roubaix kwam hij als zesde over de meet. Hij werd naar eigen zeggen geklopt door gebrek aan ervaring. Datzelfde jaar nog werd Fraye tweede in het West-Vlaams kampioenschap in Koolskamp. In het dorp waanden de mensen hem gek toen hij een deelname aan de Tour beoogde. Maar Odiel deed liever ervaring op in de Alpen en Pyreneeën dan de godganse dag te marcheren. Zijn voortijdige debuut in de Ronde van Frankrijk eindigde al na twee ritten met een opgave.

Op sportief vlak begon 1910 uitstekend. Koereur-milicien Defraeye werd eerste in het Kampioenschap van Vlaanderen. Ook een financieel lichtpunt: de Franse fietsfabrikant Alcyon bood Odiel een contract aan. Fraye nam de kans aan met beide handen.



Zondag 10 april 2011

VEERTIEN JAAR OUD én een MICROBE


Op zijn veertiende  won Fraye zijn eerste ´stroatekoerse´ met een geleende fiets. De smakelijke hesp waar hij mee naar huis kwam kon Camil en Sidonie definitief overtuigen om Odiel zijn passie te gunnen: het gezin kocht een tweedehandsfiets voor 75 Belgische frank. De investering rendeerde: hespen, tubes en fietskaders stapelden zich op. Ook het geld was vlugger en makkelijker verdiend dan in de week.

 

Zo begon de carriere van Odiel, méér vind je in één van de toneelstukjes die hier op deze site staan vermeld.



Zondag 10 april 2011

Korte schets van zijn sport carrière.


Odiel Defraeye (veelal geschreven: Odile Defraye) (Rumbeke, 14 juli 1888 – Bierges, 20 augustus 1965) was een Belgisch wielrenner.
Al jong nam Defraeye deel aan wielerwedstrijden. Zijn eerste aansprekende succes boekte hij in 1908, toen hij de Ronde van Vlaanderen voor amateurs won. In 1911 werd Defraeye Belgisch kampioen op de weg en in het voorjaar van 1912 won hij de Ronde van België. Als eerste Belg en tweede niet-Fransman won hij in dat jaar de Ronde van Frankrijk. Hij zegevierde ook in drie ritten. Zijn overwinning zorgde voor een nooit geziene volkseuforie in België. Na de Eerste Wereldoorlog won Defraeye nog één etappe in de Ronde van België, en in 1924 stopte hij met wielrennen.

gevonden op de webiste van www, roeselaresport.be
 



Zondag 10 april 2011

DE PLOEGEN van ODIEL


Ploegen
1909: La Française
1909: Biguet-Dunlop
1912: Alcyon-Dunlop
1913: Alcyon
1914: Alycon-Soly
1923: Wonder-Dunlop

 

Dit zijn de voornaamste ploegen waarvoor hij reed.



Zondag 10 april 2011

PALMARES VAN ODIEL


Belangrijkste overwinningen Odiel Defraeye
1908: Ronde van Vlaanderen (amateurs)
1910: Kampioenschap van Vlaanderen (Koolskamp)
1911: Belgisch Kampioenschap op de weg (elite)
1912: Ronde van België (2e, 3e, 6e en 7e etappe), Ronde van Frankrijk (2e, 7e en 9e etappe)
1913: Milaan-Sanremo
1914: 6e etappe in Ronde van België
1921: 4e etappe in Ronde van België



Zondag 03 april 2011

ALCYON VAN EEN VELOMERK EN DE ECHTELIJKE LIEFDE


Alcyon is het rijwielmerk waarvoor Defraeye rijdt. Het was rond 1900 bij ons in België op de markt. De fietsenmarkt groeit explosief.

De kleur van het fietsenframe is hemelsblauw. Op het merkplaatje op het balhoofd staat een vogel boven een bruisende zee afgebeeld.

 

Vogel, zee en kleur verwijzen naar de Griekse mythologie. De vorst Keyx van Trachis was gehuwd met Alyonè,dochter van Aoilos. Toen Keyx niet meer terugkeerde van een zeereis, stortte  zijn vrouw Alkyonè zich in zee. Zeus, de oppergod veranderde het echtpaar Keyx en Alkyonè in ijsvogels. In de oudheid was de echtelijke liefde van de ijsvogels legendarisch.

 

De vertegenwoordiger voor de beide Vlaanders van dit fietsenmerk was Richard Bonte, Moorsledenaar die ook Cyriel Vanhauwaert aanbracht om voor dit merk te fietsen.

 

Bronmateriaal Cyrille Vanhauwaert, stad Roeselare, 1999. Opgetekend door Ferdi Callewaert de eerste conservator en fonding father van het Wielermuseum



Zondag 27 maart 2011

GEZELLE EN DE FIETS


Gezelle en de fiets 1896

 

Men ziet er met wielen nu tussen hun benen

de mensen omverre rijen groten en klenen

de strate te nauwe voor al hun beslag

dat zijn me de mannen van 'k wense u goen dag

 

Uit " Laatste Verzen"

gevonden in Jaarboek I , 1998 Vrienden van de Stedelijke Musea, wellicht genoteerd door Ferdi Callewaert

 

 

'GUIDO GEZELLE IN HET PARK' Wandel- en fietstocht en taferelen, VTB-VAB

zondag 11 juli 1999

 

langs West-Vlaamse wegen

 

13.30 uur

 

40 en 50 BEF

 

aan de start, zaal Eglantier-Ter Walle in Roeselare

 

VTB-VAB

 

 



Zaterdag 26 maart 2011

HENDRIK DE LIMBURG STIRUM


Als Odiel de Ronde wint wordt hij ontvangen op het kasteel door de graaf van Rumbeke. De toenmalige burgemeester was Hendrik de Limburg Stirum. De kerk van de Zilverberg krijgt naar hem de naam St. Henricus terwijl de kapel van de Vossemolen naar zijn vrouw werd genoemd en toegewijd aan de Heilige Juliana. De kapel is hedentendage niet meer ingebruik en privé eigendom geworden.

 

 

Op de wesite van het kasteel van Rumbeke vond ik volgende info.

Graaf Henri (Hendrik)-Amedée-Marie-Joseph-Ghislain de Limburg Stirum (1864-1953 ) en burgemeester van 1911-1953, promoveerde vrij jong tot doctor in de rechten in Leuven, huwde Julie-Marie-Josephine barones Snoy, en volgde zijn vader Thierry  op als kasteelheer van Rumbeke. Hij resideerde in Rumbeke, werd burgemeester (1904-1947) en provincieraadslid. Hij staat gekend als een zeer rechtschapen en nederig man.
Hij veranderde heel snel het aanschijn van de gemeente. Hij bouwde een eigen gemeentehuis en een ruime feestzaal en verliet het gemeentehuis-herberg.
Hij vergrootte de gemeenteschool, verbeterde de straten met riolen en borduren en voorzag ze van gasverlichting. Het leven vrolijkte hij op met een kiosk voor de muziek. Helaas, zijn ambtstermijn zou spoedig getekend worden door twee wereldoorlogen.

 

De foto dateert van 15 september 1978 en toont Guillaume of (Willem)  de Limburg Stirum zoon van Dirk De Limburg Stirum in gezelschap van NATO topman  Luns op het kasteel van Rumbeke. De foto werd me indertijd bezorgd door wijlen Michiel Debruyne.



Zaterdag 26 maart 2011

AAN DEN VELO


Nog een stukje  gedicht van Omer Karel de Laey, verschenen in 'Ons leven' op 27 october 1899

 

Er is niets ter wereld, Velo,

Dat U nog te boven kraait,

Sedert blindelings en buigzaam

Alles rond en om U draait.

 

Eeene mogendheid tot heden

Toch aan de uwe wederstond,

En , in den versleten slenter

Steun en troost en hulpe vond ;

Immers '' t korps der professoren

( Naar de statistiek bemerkt)

had, bedekt en onmeedogend,

Uw ontwikkeling beperkt.

 

Uwe zonen die in Juli

Medeliepen onverveerd,

Wierden soms tot in Oktober

met de marteldroon vereerd.

Maar, de hemel zij geprezen

't wreede monster is verplet

En 't regiem der oude blokkers

Stervend aan de deur gezet.

 

Want de Touring-Club bevestigt

' Hij is trouwens aangegroeid,

en gedurig met de zaken

Zijner leden hoogst bemoeid '

Dat hij voor de velorijders

Een jury bekomen heeft,

Die de punten en verdiensten

ook per kilometer geeft.

 

Zoo en  blijft er niets ter wereld

Dat u nog te boven kraait.

Sedert blindelinge en buigzaam

Zelfs 't examen rond u draait.



| « Vorige pagina | 13 / 17 | Volgende pagina » |